Berlijnse al 44 jaar een tweede thuis in Wezep

Mischa met haar vakantiemoeder uit Wezep
WEZEP – Op een zwoele zomeravond reis ik naar ‘de Voskule’ in Wezep. Daar ontmoet ik Michaela Jeffersen (49) uit Berlijn zittend achter het huis van tante Hennie. “Neum mie mar Micha, dat zegg’n ze allemoale”… Op de vraag of ik Hollands of dialect zal spreken antwoord ze gelijk of ik alles in het dialect wil doen want dat verstaat en spreekt ze prima.

Het voelt vertrouwd zo bij tante Hennie op het stoepje, we spreken dezelfde taal en voelen ons verbonden met Stichting Pax Kinderhulp. De organisatie waarmee Micha 44 jaar geleden naar Nederland ging. Het eerste jaar mocht ze zes weken naar ’t Harde, het tweede jaar ging het na veertien dagen mis. Tante Hennie neemt het gesprek over: “Van Vilsteren, onze postbode, kwam en vroeg of er bij ons misschien een Duits meisje mocht komen logeren. Het ging niet goed meer op ’t Harde want ze had de vogels van de gastvader losgelaten… Ik ging overleggen met mijn man en onze eigen kinderen en eigenlijk was er niets op tegen, maar ik wilde zelf thuis zijn als ze gebracht zou worden. Ik zei nog, toch geen hoofdluizen he?” zegt de goedlachse Wezepse. “Oh en ze kwam met kortgeknipte haren. Ik zei er wat van tegen Van Vilsteren maar hij zei dat ze nu schoon was en dat ze vanwege het kortknippen van de haren de vogels had losgelaten.” 

Micha weet niet zoveel van de familie op ’t Harde meer maar nog wel dat ze achterin de auto zat en door Van Vilsteren gebracht werd. “Ik dacht oh wat leuk een boerderij met dieren, koeien en veel kinderen. Thuis had ik vier jongere broertjes en ik wilde altijd een oudere zuster. Noe kreeg ik zes prachtige zusters en nog drie breurs d’r bie!” De taal ‘ging gewoon’ want geen van de gastfamilieleden sprak Duits. “Ik denk dat ik doordat ik op jonge leeftijd twee talen geleerd heb altijd gemakkelijk mijn talen heb kunnen leren!” concludeert Micha.  Ze gebruikte haar Nederlands op school “Ik was gewoon een van de tien kinderen, niets bijzonders. Gewoon een gelukkig kind.” Ze ging net als de andere meiden elke zondag mee naar de kerk in een jurk. “Ik heb wel een keer expres een jurk vergeten in de koffer te doen en hoopte dan dat ik niet mee hoefde. We mochten niet naar de kerk met een broek aan. ” Maar tante Hennie was niet voor een gat te vangen en pakte gewoon een jurk van dochter Gerda uit de kast, die Micha aan kon trekken. “Tuurlijk mos ik wel bulken ak terugge mosse, vooral vlak veur vertrek wak nog wel us brommerig. We waren arm in Berlijn maar niet zielig. Toen mijn moeder me kreeg was ze 16 jaar en mijn vader was 17. In een korte tijd waren er vier kinderen en verliet mijn vader ons. Mijn moeder gaf ons op voor de vakantie. Ik snap het wel omdat ze nog zo jong was. Voor mij was hier mijn tweede thuis. Mijn enige vader was oom Jaap. Ik had twee moeders en een vader. Ik was ook bij de begrafenis van oom Jaap. Tot mijn achttiende kwam ik elk jaar, toen stopte het. Nu probeer ik elke twee jaar te komen. Het is familie van mij. Met familie hou je contact. Ik heb Nederlandse zusters. Vroeger schreven we brieven, tegenwoordig hebben we facebook.” Micha noemt zich een ‘wanderer zwischen zwei Welten’ – een wandelaar tussen twee werelden. “Ik ben heel open naar andere culturen, het maakt niet uit hoe iemand er uit ziet of praat of gehandicapt is. Ik ga hier om met vier generaties, prachtig. “ Op de vraag of Micha haar twee kinderen Marvin (24) en Tamika (24) naar Nederland zou sturen is ze heel resoluut. “Niet naar vreemden!” Ze zou ze wel naar iemand van ‘haar eigen gastfamilie’ gestuurd hebben. Haar kinderen zeggen in Berlijn dat ze familie in Nederland hebben dus zo ver gaat het na 44 jaar. Op de vraag of het nog wel nodig is om Berlijnse kinderen uit Berlijn te halen is ze heel stellig. “Ook kinderen die geen liefde krijgen zijn zielig. Ik heb altijd heel veel plezier met de familie gehad. Het scheelt natuurlijk ook wat een gastfamilie verwacht van een Berlijns kind.” Tante Hennie vult aan : “nooit heeft een van onze kinderen gezegd ‘komt ze alweer’. Iedereen vond het altijd leuk.” Micha zegt hierop: “het is een goede kans voor de gastfamilie en voor het kind, voor iedereen.”  Alle gezelligheid ten spijt moet ik toch echt vertrekken. Micha drukt me op het hart toch vooral door te gaan en bedankt de organisatie Pax Kinderhulp.

Wat wordt er van een vakantiegezin verwacht?